discussie over verplichting homobeleid op scholen onbeslist

19 februari 2008

Het debat op het symposium Een roze draad in veiligheid op school over een mogelijke verplichting van scholen om aandacht te besteden aan homo-emancipatie, eindigde onbeslist. De commissie-Dijsselbloem, die onlangs adviseerde dat scholen zich vooral moeten bezighouden met kern taken als schrijven en rekenen, lijkt een negatieve invloed te hebben op de pedagogische taak van de school.

Van links naar rechts: Liesbeth Verheggen (Hoofdbestuur AOb), Marian Everhardt (Expertisecentrum Veilig in en om de school, Amsterdam, Judith Zeldenthuis, directeur Sweelinck College Amsterdam, Peter van Dijk (bestuurslid COC Nederland), Anja Timmer (Kamerlid PvdA), Dr. L.J. Roborgh (Directeur Generaal Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen).

scholen beginnen niet uit zichzelf met aanpak

Het symposium was georganiseerd door Empowerment, kenniscentrum seksuele diversiteit in het onderwijs, als afsluiting van een serie proefprojecten op scholen met de integratie van aandacht voor homoseksualiteit op scholen. De conclusie uit het onderzoek bij de proefprojecten is dat de scholen erin slaagden een draagvlak voor zulke specifieke aandacht te creëren. Tegelijkertijd werd duidelijk dat scholen meestal niet uit zichzelf beginnen met een dergelijke aanpak. Dat riep de vraag op of scholen niet een stok achter de deur nodig hebben, bijvoorbeeld in de vorm van een verplichting.

lage verwachtingen van onderwijsinspectie

In 2003 nam de onderwijsinspectie in haar richtlijnen op dat homoseksualiteit een aspect van het kwaliteitsbeleid rond veiligheid moet zijn. Het effect van deze maatregel is na vijf jaar echter nauwelijks te merken. De inspectie is sinds kort ook gedwongen om haar inspecties minder intensief te maken, tenzij een school het over de volle breedte slecht doet. Een kwaliteitverbetering van het diversiteitsbeleid van scholen mag daarom niet meer van de onderwijsinspectie verwacht worden.

kamermoties zonder effect

In de tweede kamer is sinds 2006 twee keer gevraagd om een vorm van verplichting. In de eerste motie (2006) werd gevraagd om een algemene verplichting. De motie werd aangenomen, maar de regering stelde dat de motie al werd uitgevoerd door het stimuleringsbeleid dat zij voert.
In de tweede motie (2008) werd gevraagd om aanscherping van de kerndoelen. Deze werd afgewezen.
In het slotdebat van het symposium werd opgemerkt dat homoseksualiteit weliswaar niet expliciet in de kerndoelen staat, maar dat de strekking van de kerndoelen daar wel over ging. Dit argument is analoog aan dat wat de regering gebruikt om artikel 1 van de grondwet niet uit te breiden met seksuele oriëntatie.

stok achter de deur of overmatige regelgeving?

De discussie ging echter vooral om de zinvolheid van een wettelijke verplichting. De helft van de aanwezigen zag daarin een zinvol signaal of een stok achter de deur. De andere helft zag het vooral als een zinloos gebaar en overmatige regelgeving. Dit argument werd deels ondersteund door de conclusies uit de proefprojecten die erop wijzen dat een draagvlak op school vooral ontstaat als mensen een echte, van hart tot hart, belangstelling voor elkaar krijgen. Het koste in de proefprojecten echter 2 jaar tijd om de betrokken scholen te vinden en zover te krijgen dat ze met het thema aan de slag wilden. De vraag blijft daarom open hoe de regering denkt haar stimuleringsbeleid zo vorm te geven dat dit aantal scholen drastisch uitgebreid wordt. (PD)

Naschrift: enige dagen na deze discussie stuurde Empowerment een brief naar de vaste kamercommissie voor onderwijs, waarin werd gepleit voor een kwaliteitscriterium rond homo-emancipatie voor scholen.