kenniscentrum seksuele diversiteit in het onderwijs
1 februari 2007 - De Universiteit Utrecht startte in september 2004 in stilte met een groot onderzoeksproject rondom het seksuele zelfbeeld van jongeren. Het lopend onderzoek heeft grote implicaties voor de seksuele gezondheid van vooral allochtone jongeren.
Vanaf de jaren ‘90 neemt het aantal abortussen en tienerzwangerschappen in Nederland fors toe. onderzoek wijst uit dat jonge allochtone vrouwen met iets minder dan de helft van alle tienermoeders de belangrijkste risicogroep vormen. Ook het aantal gevallen van soa stijgt. Allochtone jongeren lopen relatief veel risico, omdat ze anticonceptie niet of niet adequaat gebruiken.
De seksualiteitsbeleving van jongeren is afhankelijk van seksuele ontwikkeling, maar ook van hun gender en culturele achtergrond. Deze factoren komen tot uiting in het seksuele zelfbeeld. Dat omvat de aspecten die iemand beschrijvend vindt voor zichzelf als het gaat om seksualiteit en stuurt toekomstig seksueel gedrag. Het seksuele zelfbeeld is sterker als mensen meer ervaring hebben; over het algemeen hebben jongeren een minder sterk seksueel zelfbeeld. Jongeren met een sterker ontwikkeld seksueel zelfbeeld zijn zich ook meer bewust van zichzelf als seksueel persoon. Dat verschil in seksuele motivatie komt tot uiting in daadwerkelijk gedrag: 2% van de jongeren met een minder sterk seksueel zelfbeeld had ervaring met geslachtsgemeenschap, tegenover 73% van de jongeren met een sterker seksueel zelfbeeld.
De bevindingen bieden aanknopingspunten voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie interventies ter bevordering van de seksuele gezondheid van jongeren met diverse achtergronden. Veilig vrijgedrag (gebruik van pil en condoom) blijkt het sterkst samen te hangen met relatiegerichtheid. Sterke relatiegerichtheid bevordert het gebruik van de pil, maar vermindert het gebruik van condooms en dit maakt juist relatiegerichte jongeren kwetsbaar voor soa's.
In de volgende fase van het project wordt een innovatief instrumentarium ontwikkeld dat uitgaat van de idee dat seksuele vorming vooral effectief is als het seksuele zelfbeeld van jongeren centraal staat. Kern van de aanpak is zelfregulatie, wat inhoudt dat jongeren gestimuleerd worden hun eigen doelen op het gebied van seksualiteit, samenhangend met hun seksueel zelfbeeld, te verhelderen en kritisch te toetsen.
[Bron: SOAAIDS Magazine online, Jaargang 3, Nummer 4 – december 2006]