Ophef over 'Sexual and Reproductive Health Services'

21 augustus 2006 - Tijdens een VN Conferentie ontstond grote beroering over het opnemen van de formulering "sexual and reproductive health services" in de verdragstekst.

De voorgestelde formulering in de "International Treaty on Disabilities" werd door een aantal landen te controvers gevonden, omdat ze in het verleden gebruikt is door radikale feministes en de pro-abortuslobby om zo 'pro-life' landen een abortusvriendelijk beleid op te leggen.
Een coalitie van 23 landen onder aanvoering van Nicaragua maakte bezwaar tegen het opnemen van de formulering "sexual and reproductive health services" onder de in het document opgenomen rechten, omdat ze te vaag, weinig specifiek en regelmatig een bron van onenigheid vormt. Enige andere landen, waaronder de VS, Honduras, Egypte, Costa Rica, Bangladesh, Tanzania, Tunesië, Qatar, Kenia, de Filipijnen en zelfs het anders zo liberale Noorwegen onderstreepten de Nicaraguaanse bezwaren en eisten dat de formulering uit het verdrag zou worden geschrapt.

Ondanks de weerstand stond de voorzitter van de betreffende commissie, ambassadeur Donald McKay van Nieuw Zeeland, erop de formulering niet onmiddellijk te schrappen, zoals traditioneel gebruikelijk bij dergelijk VN-overleg. In plaats daarvan bepaalde ambassador McKay, dat de afgevaardigden het overleg over de gewraakte formulering zoals voorgesteld door de Europese Unie, Canada, Peru, Cuba, en Brazilië dienden voort te zetten. Een Egyptische afgevaardigde beschuldigde ambassador McKay op een bepaald moment zelfs van overduidelijke partijdigheid.
Het recht op "sexual and reproductive health services" veroorzaakte in het verleden regelmatig fricties met pro-abortus NGOs in VN commitees, omdat landen met een 'pro-life' standpunt er een voorzet tot legalisering van abortus in zien. Hoewel de VN de formulering nog nooit in een 'hard' verdrag heeft opgenomen, vrezen veel landen, waaronder het Vaticaan, dat de vaagheid van de term gebruikt kan worden om abortuswetgeving te promoten.

Zo maakte de International Federation of Catholic Medical Associations (FIAMC) in overeenstemming met het Vaticaan bezwaar tegen de formulering, "aangezien dit een verdrag over rechten en handicaps is, en [de formulering] reproductieve rechten te breed (en tegenstrijdig)." "Het meest fundamentele reproductieve recht is het recht geboren te zijn. Het leven zelf is het hoogste goed, dat alle andere omstandigheden overstijgt, want 'Hij heeft alle dingen gemaakt opdat zij bestaan' (Wijsheid 1 :14)", aldus FIAMC.
FIAMC verklaarde ook, dat het "gekant is tegen elke definitie van zwangerschap, die verband houdt met een handicap van de moeder", en waarschuwde dat in- en uitwendig baarmoederonderzoek naar welke aandoening dan ook, die tot zwangerschapsonderbreking kan leiden "een laaghartige vergrijp [is] tegen de menselijkheid, het nieuwe leven, en alle gehandicapten die heldhaftig en vreugdevol leven, zelfs in het lijden, en hen die met liefde en mededogen voor hen zorgen".

"Een maatschappij, die lijden door abortus of euthanasie van een gehandicapte boreling wil tegengaan, of op elk moment daarna, zal zichzelf verteren. In laatste instantie moet elk menselijk bestaan zichzelf als gehandicapt beschouwen, lichamelijk, emotioneel of psychologisch."
Onderhandeling tijdens de VN conferentie over de "International Treaty on Disabilities" zullen op 25 augustus afgesloten worden. Indien de Algemene Vergadering van de VN het verdrag goedkeurt, dan zal de formulering deel uitmaken van internationaal recht voor landen die het verdrag ondertekenen.

[Bron: LifeSiteNews.com, Peter J. Smith, vertaling FS]