kenniscentrum seksuele diversiteit in het onderwijs
25 oktober 2006 – Tweeduizend kinderen kunnen na de zomervakantie niet naar het speciaal onderwijs. De scholen kunnen de toeloop van "zorgleerlingen" niet aan.
Een wet die álle scholen verplicht deze kinderen op te nemen moet aan dit soort problemen een einde maken. Volgens Frans van Rooij, betrokken bij het nieuwe onderwijsbeleid, krijgt de jeugdzorg daarbij een belangrijke rol.
Passend onderwijs voor zorgleerlingen, zo heet het officieel. In gewone mensentaal: alle kinderen, of ze nu een handicap, een gedrags- of een ontwikkelingsstoornis hebben, moeten het onderwijs krijgen dat voor hen geschikt is, Of dat nu op een gewone of op een speciale school is. Gewone scholen krijgen de wettelijke plicht zorg en begeleiding te bieden als een kind met die hulp ook daar terecht kan.
Nu kunnen deze kinderen ook al naar een gewone school, via het "rugzakje", een budget waarmee de school ondersteuning voor hen kan regelen. Maar scholen mogen een kind weigeren als ze vinden dat het geld uit het rugzakje niet genoeg is om dat te doen.
Het plan voor de zorgplicht komt van minister Maria van der Hoeven van Onderwijs. In februari gaf de Tweede Kamer toestemming het nieuwe beleid te gaan uitwerken. Frans van Rooij, jarenlang werkzaam in het onderwijs en oud-bestuurder van onderwijsvakbond CNV, werd door het ministerie van Onderwijs gevraagd een landelijke discussie over de zorgplicht te voeren met ouders en onderwijspersoneel. Deze zomer kwamen zij met hun wensenlijstjes aan de politiek naar buiten. Wanneer Den Haag opnieuw over de zorgplicht praat is vanwege de vervroegde verkiezingen van november nog onduidelijk. Maar zeker is volgens Van Rooij dat de zorgplicht er komt. Alle grote politieke partijen zijn het erover eens - mét scholen en ouders - dat het onderwijs voor zorgleerlingen op deze manier zal verbeteren.
We hebben in Nederland, in elk geval op papier, een prachtig onderwijssysteem voor kinderen die niet mee kunnen op een gewone school. Waarom moet dat veranderen?
"In de praktijk blijkt het systeem niet te werken, Het speciaal onderwijs zit overvol. Veel kinderen die worden aangemeld komen op een wachtlijst terecht en zitten daardoor noodgedwongen soms maanden thuis. Permanent zitten op die manier gemiddeld tweeduizend kinderen zonder onderwijs."
"Kinderen met een rugzakje worden door veel reguliere scholen geweigerd, waardoor ouders het bij een andere school proberen en indien nodig bij weer een volgende school. Ook daardoor zitten ze soms een tijd lang zonder onderwijs en lopen ze achterstand op. Voor rugzakleerlingen die wel op een gewone school zitten, is de situatie vaak verre van ideaal. Scholen willen hen wel de extra ondersteuning bieden die ze nodig hebben, maar het geld dat ze daarvoor krijgen is onvoldoende."
Wat verandert er met de zorgplicht?
"De zorgplicht, zoals het woord al zegt, verplicht scholen een kind met een handicap of gedragsprobleem op te nemen. Zij moeten elk kind de zorg bieden die het nodig heeft om op die school mee te kunnen, of dat nu lichamelijke verzorging is of extra individuele begeleiding wegens concentratieproblemen."
"Om dat mogelijk te maken moeten scholen zogenaamde zorgarrangementen opzetten, samen met andere onderwijs- en zorginstanties in hun omgeving. Concreet betekent dat bijvoorbeeld dat ze van die instanties professionals inhuren om kinderen te ondersteunen, zoals een verpleegkundige of een remedial teacher. Gewone en speciale scholen moeten, anders dan nu vaak het geval is, gaan samenwerken. Gespecialiseerde leerkrachten gaan bijvoorbeeld eens in de twee weken op bezoek bij leerkrachten van een gewone school, om te vragen hoe het gaat met een kind en om de leerkracht tips te geven.
"Nu kunnen gewone scholen kinderen met een handicap weigeren als ze niet kunnen bieden wat het kind nodig heeft. Met de zorgplicht mag dat niet. Een schooldirectie moet kunnen aantonen dat de eigen school niet geschikt is en is dan verplicht ouders een alternatief in de buurt aan te bieden. Bijvoorbeeld een school in de buurt die wel bepaalde voorzieningen in huis heeft. Kinderen afschuiven kan dus in de toekomst niet meer."
Dat klinkt alsof ouders het helemaal voor het zeggen krIjgen.
"Nee, zo werkt het niet. Er komt een onafhankelijke instantie die beoordeelt of de ondersteuning die de school biedt past bij een kind. En of de school er alles aan heeft gedaan om de benodigde zorg te regelen. Is dat het geval, dan mogen ouders niet nóg meer van de school eisen. Vinden ouders bijvoorbeeld dat een school hun kind ten onrechte naar een andere school verwijst en de commissie is het met de school eens dat het niet anders kan, dan zal het kind toch echt naar die andere school moeten.
"Ouders krijgen overigens wel professionele ondersteuning bij het kiezen van een school en de geschikte begeleiding voor hun kind. Dat komt in de wet te staan. Welke organisatie ouders gaat ondersteunen is nog onduidelijk, maar dat zou bijvoorbeeld de MEE kunnen zijn, de voormalige sociaal-pedagogische dienst. De ouderondersteuners kunnen ook bemiddelen bij meningsverschillen tussen ouders en scholen. En ze kunnen ouders een spiegel voorhouden. Bijvoorbeeld als die hun kind per sé op een gewone school willen hebben, terwijl alle deskundigen vinden dat hij daar ondanks de speciale begeleiding niet goed functioneert."
De meeste ouders zullen hun "zorgkind" naar een gewone school willen sturen. Maar is dat ook in het belang van het kind?
"Bij sommige kinderen zeker niet. Het zal ook met een wettelijke zorgplicht niet zo zijn dat elke zorgleerling op een reguliere school terecht kan. Voor kinderen met een zware lichamelijke handicap lijkt me dat bijvoorbeeld niet haalbaar. En bij kinderen met het syndroom van Down zal het van hun niveau afhangen of ze op een gewone school kunnen functioneren."
"De zorgplicht betekent dus ook niet dat het speciaal onderwijs zal verdwijnen. Neem alleen al de uitstekende scholen voor dove en blinde kinderen. Die zullen blijven bestaan. Toch ben ik ervan overtuigd dat het in het algemeen het beste is voor kinderen om naar een reguliere school te gaan. Daar begint hun deelname aan de maatschappij, waar ze toch eens aan moeten beginnen. Wat win je ermee om een kind met een handicap of gedragsprobleem tot zijn 18 jaar in een afgeschermde omgeving te laten opgroeien? Zo'n kind heeft van nature al een achterstand, en die wordt nog vergroot als hij als jongvolwassene ineens in de grote boze buitenwereld moet gaan leven en werken."
U noemt voorbeelden van handicaps waar weinig discussie over zal bestaan. Maar hoe zit het met kinderen met gedragsstoornissen en -problemen? Iedere hulpverlener die met ADHD'ers werkt, zal zeggen dat die beter gedijen op een school met kleine groepen en een aangepast leertempo.
"Toch hoeven deze kinderen niet per definitie naar het speciaal onderwijs, als gewone scholen maar wat aanpassingen doen. In het basisonderwijs zijn plaatsen waar het goed lukt om kinderen met ADHD en PDD-NOS op een gewone school te laten meedraaien. Bijvoorbeeld in Den Helder. Die kinderen beginnen de dag met één of meerdere uren in de groep, afhankelijk van hoe lang ze het volhouden. Daarna neemt een gespecialiseerde leerkracht hen een paar uur apart. In die kleine groepjes, of één op één, worden de lessen dan voortgezet. Die leerkracht is ook in de gemengde groep aanwezig, dus hij heeft gezien wanneer en waar kinderen het moeilijk kregen en daar praat hij met hen over. Zo leren die kinderen langzaam op een steeds hoger niveau te functioneren. In het voortgezet onderwijs moet zoiets ook kunnen.’
‘Op het vmbo kennen we al het leerwegondersteunend onderwijs, met kleine groepen en intensieve begeleiding. Dat moet gemeengoed worden. Ook op havo en vwo kan ik me dergelijke groepen voorstellen. De laatste jaren haken steeds meer kinderen met gedragsproblemen af op de middelbare school. Een zorgwekkende ontwikkeling. In het beste geval komen ze in een rebound-voorziening terecht, maar het komt ook voor dat ze thuis zitten tot de leerplichtige leeftijd zijn gepasseerd. Als we dat met intensievere begeleiding op school kunnen voorkomen is er veel gewonnen."
Dat klinkt mooi, maar uiteindelijk is het toch de leerkracht die in de groep met zo'n leerling moet omgaan. Die is opgeleid om les te geven, niet om hulp te verlenen.
"Dat is zo. Leraren kaarten dit terecht aan in discussies over de zorgplicht. Aan de andere kant: soms kan probleemgedrag met eenvoudige adviezen te hanteren zijn. Ik zie hier een rol weggelegd voor jeugdhulpverleners. Zij zouden leerkrachten kunnen voorlichten over gedragsstoornissen en hoe je daarmee kunt omgaan."
Ziet u nog andere taken voor de jeugdzorg als de zorgplicht er is?
"De deskundige die de ouders gaat bijstaan bij hun schoolkeuze zou ook goed een jeugdhulpverlener van het kind kunnen zijn. Die kan natuurlijk uitstekend beoordelen wat het kind aan extra begeleiding nodig heeft, naast onderwijs. Verder is het essentieel dat scholen en jeugdzorginstellingen informatie gaan uitwisselen, want om kinderen goed te begeleiden moet een school wel van de situatie op de hoogte zijn. Schooldirecties moeten inzage krijgen in dossiers van jeugdzorg en jeugdbescherming. Omgekeerd moeten problemen die leerkrachten signaleren doorgegeven worden aan de jeugdzorg. Dat zou in wettelijke zorgplicht moeten komen."
"Ik vind het onbegrijpelijk dat jeugdzorg en onderwijs nu grotendeels gescheiden werelden zijn, want het zijn twee domeinen waarin kinderen nauw in hun ontwikkeling worden gevolgd. Idealiter zouden alle dossiers samengevoegd moeten worden tot één "levensbreed" dossier. Een schooldirecteur vertelde mij eens dat hij er vlak voor het kind van school af ging pas achter was gekomen dat die jongen al drie jaar met de kinderrechter in aanraking was. Dat moet natuurlijk niet mogen."
[Linda van Tilburg]