CGB vraagt De Passie haar beleid bij te stellen

21 juni 2007 – De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) deed vorige week uitspraak in de zaak tegen de evangelische school De Passie, die in haar schoolbrochure aangaf dat er geen openlijke homoseksuele docenten konden werken. De Commissie oordeelde dat dit directe discriminatie is en vroeg de school haar beleid bij te stellen.

eisen aan het privéleven

De klacht tegen De Passie was ingediend door het Meldpunt Discriminatie Amsterdam, die zich stoorde aan de passage in de scholengids. Praktische weigeringen hebben zich op de school nog niet voorgedaan. De Passie eist van haar medewerkers dat zij haar evangelische grondslag onderschrijven door middel van het ondertekenen van de Allonge. De Allonge is een schriftelijke verklaring, waarin onder meer staat dat de medewerkers zijn te typeren als de dragers van de identiteit van De Passie. In de scholengids die Het Parool op 6 januari publiceerde, stond ook een interview met de directeur van De Passie, die hierover zei: “Ook aan leerkrachten worden bijzondere eisen gesteld. Homoseksualiteit strookt niet met de uitgangspunten van ‘. . . .’; openlijk homoseksuele leerkrachten zult u hier niet aantreffen.”

trendsettende uitspraak

De uitspraak is trendsettend omdat de Wet Gelijke Behandeling een uitzonderingsbepaling kent, die “de enkele feit constructie” wordt genoemd. Instellingen mogen werknemers niet vanwege het enkele feit van hun seksuele oriëntatie discrimineren. De Passie meende, met veel christelijke instellingen, dat zij dus niet homoseksuele docenten kan weigeren, maar wel eisen mag stellen aan hun gedrag. Openlijk homoseksueel zijn zou volgens haar duidelijk maken dat de homoseksuele docent niet achter de evangelische waarden staat. Dat vindt de CGB te snel door de bocht.

De CGB stel dat een uitzonderingsbepaling niet voor niets een uitzondering op de regel is. In dit geval moet de school per geval beoordelen of de manier van open-zijn van een homodocent afbreuk doet aan de missie van de school. De school zegt wel dat ze in voorkomende gevallen een gesprek aan zou gaan met zo’n docent, maar gaf niet de indruk dat zo’n gesprek positief zou kunnen uitvallen voor de docent. Daarom beveelt de CGB De Passie aan om beleidsuitgangspunten te formuleren voor hoe men in concrete situaties hiermee zal omgaan. De school moet dus vooraf duidelijk uitleggen wanneer een openlijke homodocent geweigerd zal worden en welke manier van openheid acceptabel is.

Daarmee is de patstelling rond de “enkele feit constructie” nu in feite doorbroken. Scholen mogen eisen stellen aan de manier van openlijk zijn, maar moeten altijd ruimte laten voor open-zijn omdat het anders zou gaan om discriminatie. (PD)

Lees hier het volledige oordeel.