onderwijsinspectie toont ambiguïteit scholen aan

27 april 2009

De Onderwijsinspectie publiceerde gisteren twee onderzoeken naar homoseksualiteit in scholen. Eén rapport, "Anders zijn is van iedereen", was stilzwijgend al eerder verschenen op hun website. Dit is een verslag van een serie kringsgesprekken met jongeren. Lees hierover meer elders. Daarnaast verscheen een meer diepgaand onderzoek naar hoe scholen omgaan met homoseksualiteit (en seksuele weerbaarheid) en naar good practices onder de titel "Weerbaar en divers".

incidenten

Uit "Weerbaar en divers" blijkt, net als uit eerder onderzoek, dat incidenten over homoseksualiteit van personeel of leerlingen op scholen zich voornamelijk afspelen in het voortgezet onderwijs; in het vmbo en het praktijkonderwijs. Nieuw is dat de inspectie dit keer niet alleen school directeuren heeft ondervraagd, maar ook op een aantal scholen heeft gecontroleerd of diens uitspraken kloppen. Dan blijkt dat de directeur soms zegt dat er geen incidenten zijn, maar dat dit vooral komt omdat de directeur weinig inzicht heeft in de seksuele diversiteit op school en weinig beleid voor de aanpak van incidenten. Volgens de inspectie is het misschien zo dat alert zijn en zichtbaar maken van incidenten belangrijk is om in scholen een structurele aanpak tot stand te kunnen brengen.
Uit praktische schoolbegeleidingsproject komen ervaringen die uitwijzen dat het wellicht juist andersom is. Als een school bezig gaat met een homospecifieke aanpak, ontstaat langzamerhand een grotere gevoeligheid voor het thema en ziet men meer dan voorheen welke incidenten zich voordoen. Wel is het momenteel zo dat veel scholen pas beginnen aan een aanpak nadat zich een ernstig incident voordeed. Dit met uitzondering van Nijmegen en Amsterdam, waar scholen systematisch gesensitiseerd en begeleid worden om preventief beleid te maken.

schoolcultuur

De helft van de door de inspectie onderzochte leerlingen zegt dat je op school beter niet voor je homoseksualiteit uit kunt komen. Hetzelfde percentage leerlingen heeft moeite met openlijke uitingen van homoseksualiteit. Dit cijfer staat op gespannen voet met de kringgesprekken met jongeren, die beweren dat zij een diversiteit- en respectcultuur hebben.
In een aantal scholen zeggen ook personeelsleden dat zij niet durven uitkomen voor homoseksualiteit. Leraren en ondersteunend personeel denken overigens aanzienlijk positiever over homoseksualiteit dan hun leerlingen. Ook dit staat op gespannen voet met de kringgesprekken met jongeren, die beweren dat zij toleranter zij dan volwassenen.

beleid en aanbod

Slechts een beperkt aantal scholen in het voortgezet onderwijs heeft seksuele diversiteit uitgewerkt in beleidsmaatregelen. In het mbo gebeurt dat nauwelijks. In het voortgezet onderwijs wordt ook nog wel eens lesgegeven over homoseksualiteit of seksuele weerbaarheid (seksuele vorming, loverboys, internetcontacten). Maar hoe die lessen ingevuld worden hangt geheel van de individuele docent af. Het is zelden structureel opgenomen in beleid of aanbod rond veiligheid of burgerschap.

directeuren hebben slecht zicht op de situatie

De inspectie concludeert dat de directie en het personeel totaal anders aankijken tegen de situatie rond homoseksualiteit dan de leerlingen. Vaak denkt de directie dat dit prima geregeld is, het personeel ziet het iets somberder in, maar de leerlingen merken er over het algemeen niets van. Dit geeft de inspectie te denken. Ze pleit voor meer betrokkenheid van leerlingen bij het ontwikkelen van beleid en de lessen.
Leerlingen die zichzelf relatief het minst weerbaar vinden, zitten op scholen waar het minste beleid en het minst gesystematiseerde aanbod bestaat. Leerlingen die zichzelf het meest weerbaar voelen, zitten op scholen met de meeste beleidsinitiatieven en het best geborgde aanbod. De inspectie vindt dat er meer aandacht moet komen voor op maat gesneden beleid en lessen op vmbo´s en praktijkscholen.

PD