kenniscentrum seksuele diversiteit in het onderwijs
Deze nota is tot stand gekomen onder regie van de stuurgroep homoseksualiteit. Deze stuurgroep is ingesteld ten behoeve van het christelijk-reformatorisch onderwijs. De eindverantwoordelijkheid voor de stuurgroep ligt bij de Vereniging Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS), de organisatie voor besturen van reformatorische scholen.
De door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in november 2007 gepresenteerde nota Gewoon homo zijn gaat ervan uit dat alle scholen specifiek beleid formuleren ten aanzien van homoseksualiteit. Deze nota geeft de gereformeerde Bijbels genormeerde visie.
De stuurgroep stelt dat elk mens een door God geschapen en gewild wezen is. In de Bijbel spreekt de scheppende God tot mensen. De Bijbel is daarom voor ons gezaghebbend op alle levensterreinen. De Bijbelse visie op seksualiteit staat in Genesis 2: 18, 23 en 24. Dit gedeelte beschrijft hoe God eerst de man schiep en vervolgens uit de man de vrouw. In Genesis 2:24 staat: Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn. Seksualiteit in de Bijbel heeft dus te maken met het vormen van een onverbrekelijke verbintenis tussen één man en één vrouw. Alleen binnen het huwelijk, als een het hele leven omvattende verbondenheid, komt seksualiteit tot zijn recht. Volgens de stuurgroep leven we sinds de zondeval (de ongehoorzaamheid van Adam en Eva) in een gebroken wereld: iedereen staat open voor allerlei seksuele gedragingen, gedachten en gevoelens die niet in overeenstemming zijn met Gods bedoelingen. Ook homoseksualiteit is een gevolg van die seksuele gebrokenheid.
In de Bijbel staan verschillende teksten waarin homoseksualiteit wordt afgekeurd. De stuurgroep baseert zichzelf niet op enkele losse teksten, maar vooral op de doorgaande lijn in Gods Woord. Zelfs als noemt de Bijbel homoseksualiteit soms in de context van verkrachting of van afgoderij, homoseksualiteit wordt nooit positief genoemd.
Tot het Bijbels kader waarbinnen de stuurgroep vindt dat gereformeerden met homoseksuele medemensen moeten omgaan, hoort ook het omzien naar elkaar in de gebrokenheid van het leven.
In dit kader vindt de stuurgroep het belangrijk om een onderscheid te maken tussen homoseksuele gerichtheid (het verlangen) en homoseksuele praxis (de daad).
Op grond van de Bijbel stemt homoseksualiteit niet overeen met de seksualiteit zoals die door God is bedoeld en daarom als teken van gebrokenheid moet worden gezien. Dat betekent niet dat er op reformatorische scholen geen plaats kan zijn voor medewerkers of leerlingen met een homoseksuele gerichtheid . De aard en de gerichtheid van mensen kunnen nooit een reden zijn om onderscheid te maken. De stuurgroep meent dat christenen met een homoseksuele gerichtheid deze niet hoeven ontkennen. Ze mogen er eerlijk over zijn, tegenover zichzelf en degenen die ze vertrouwen. De school kan haar medewerkers en leerlingen daarbij tot steun zijn. Het aannemen van het homozijn als identiteit acht de stuurgroep in strijd met Gods Woord en verwerpelijk. Dus niet: ik ben homo en probeer mijn christelijk geloof daarin in te passen. Maar: ik ben christen en heb met Gods normen strijdige begeerten. Ik wil strijden tegen alle zondige begeerten. Dit is een moeilijke maar met Gods hulp mogelijke weg, waarbij we vanuit de school hulp en ondersteuning willen bieden.
DE stuurgroep adviseert scholen om een veilige schoolomgeving voor leerlingen en medewerkers te bieden. Dat betekent onder meer dat homohaat actief wordt tegengegaan, ook wanneer deze zich aandient in de zogenaamd onschuldige vorm van grapjes en terloopse opmerkingen.
Binnen dit klimaat moeten leerlingen en medewerkers ruimte en veiligheid krijgen om uit te komen voor hun homoseksuele gerichtheid . Tegelijk is er openheid om elkaar in liefde aan te spreken op verkeerd gedrag .
De stuurgroep beveelt aan:
De stuurgroep geeft enkele tips voor leerlingenbegeleiders en hulpverleners: