kenniscentrum seksuele diversiteit in het onderwijs
Graaf, H.; Meerendonk, B. van de; Vennix, P.; Vanwesenbeeck, I. (2003) "Beter voor de klas, beter voor de school. Werkbeleving en gezondheid van homo- en biseksuele mannen en vrouwen in het onderwijs", Enabling Safety for Lesbigay Teachers/RutgersNissoGroep, Dekkers, Utrecht
Download hier de complete versie van het rapport
In dit onderzoek werden homo- en heteroseksuele docenten vergeleken. Het is het eerste onderzoek in Nederland waarin dat betrouwbaar werd gedaan.
De Rutgers Nisso Groep nam steekproeven van verscheidene gegevensbestanden van onderwijspersoneel en had uiteindelijk een groep van 2035 ondervraagden, van wie 1647 heteroseksueel en 378 homoseksueel of biseksueel waren. Hoewel deze groep als geheel voor onderwijspersoneel vrij representatief was, kwamen de lesbische en homorespondenten meestal uit het gegevensbestand van de homo- en lesbische groep in de vakbond AOb. Deze mensen bleken meer dan gemiddeld zelfvertrouwen te hebben en waren twee keer zo open over hun seksuele voorkeur dan de niet-georganiseerde homoseksuelen.
| respondenten | mannen | vrouwen | |
|---|---|---|---|
| 2035 totaal | 928 | 1107 | |
| 1645 heteroseksueel | 699 | 948 | |
| 378 homoseksueel | 229 | 159 |
| steekproef | niet openlijk: mannen | niet openlijk: vrouwen | |
|---|---|---|---|
| bestand NIPO (niet georganiseerd personeel) | 33% | 17% | |
| bestand AOb (vakbond) | 14% | 13% |
Niet openlijk zijn wordt door respondenten zelf vaak verklaard met
vanwege privé redenen, maar correleert ook goed met negatief werkklimaat.
Als men naar alle onderwijssoorten tegelijkertijd kijkt, is er niet echt een verschil tussen homo- en heteroseksuele docenten.
Maar als we wat nauwkeuriger kijken, ziet men dat homo- en lesbische docenten weliswaar hetzelfde niveau van tevredenheid met het werk rapporteerden als hun heteroseksuele collegas, maar tegelijkertijd veel meer gevallen van intimidatie meemaakten. Ongeveer een kwart van de homoseksuele respondenten noemde negatieve ervaringen die te maken hadden met hun seksuele voorkeur.
De meest voorkomende voorvallen waren:
Het niveau van seksuele intimidatie was onder homo- en lesbische docenten 2 tot 7 maal zo hoog als onder hun heteroseksuele collegas. Dit zien we overigens niet terug in de meldingen bij schoolleidingen of bij vertrouwensinspecteurs: homoseksuele docenten melden vormen van intimidatie pas als het echt uit de hand loopt.
| ervaringen | mannen | vrouwen | ||
| negatief | 21% | 27% |
| irritant gedrag | homoseksuelen | heteroseksuelen | |
|---|---|---|---|
| door leerlingen (schaal 1-4/nooit-eens per week) | 1,34 | 1,23 |
| ervaring | homoseksuelen | heteroseksuelen | |
|---|---|---|---|
| beschuldigd van seksuele intimidatie | 7% | <1% | |
| ongevraagde seksuele aandacht | 12% | 1% | |
| ongevraagde poging tot relatie, ondanks ontmoediging | 6% | 1% |
| soort gedrag | homomannen | heteromannen | lesbische vrouwen | heterovrouwen | |
|---|---|---|---|---|---|
| roddelen | 77% | 51% | 83% | 53% | |
| irritante aandacht voor privé-leven | 52% | 18% | 22% | 3% | |
| beledigende grappen over privé-leven | 44% | 8% | 22% | 3% | |
| ongevraagde opmerkingen over uiterlijk | 52% | 25% | 52% | 25% |
De situatie was het meest ernstig in het VMBO. Daar blijken niet alleen de leerlingen, maar ook collegas beledigend gedrag te vertonen. Vooral in situaties waar homoseksuele docenten minder sociale steun rapporteerden, hadden zij meer last van gezondheidsklachten zoals slapeloosheid, vermoeidheid, buikpijn, trillende handen en hoofdpijn. Ook meldden de docenten dan meer gebruik van slaappillen en tranquillizers.
| stelling | homo | hetero | |
|---|---|---|---|
| overweegt een andere baan te zoeken | 46% | 37% |
De situatie in het VMBO is ook meer breed onveilig:
| soort klachten | homo | hetero | |
|---|---|---|---|
| gezondheidsklachten (schaal 1-4/nooit-eens per week) | 2,7 | 2,1 | |
| gebruik van slaappillen en tranquillizers (schaal 1-4/nooit-eens per week) | 1,46 | 1,31 |
Een laatste, maar erg belangrijke conclusie was dat zowel homo-, lesbische als heteroseksuele docenten zich een stuk prettiger voelden op scholen met een diversiteitsbeleid. We hebben het hier niet over een stuk papier, maar om een serie aspecten die de onderzoekers samenstelden door te kijken naar de kenmerken van scholen waar respondenten het werkklimaat hoog waardeerden.
De centrale aspecten van zulke goede scholen waren:
Onderlinge sociale steun door onderwijspersoneel
Een open houding van het personeel ten opzichte van elkaar in het algemeen en vooral rond diversiteit en het bestrijden van discriminatie
Expliciete voorlichting over diversiteit en discriminatie; vooral gericht op man/vrouw rollen en homoseksualiteit
Het hebben van een klachtenprocedure en commissie
Het hebben van een vertrouwenspersoon die niet alleen openstaat voor klachten van leerlingen over seksuele intimidatie, maar voor iedereen en ook voor klachten over discriminatie en negatief gedrag in bredere zin
Duidelijke gedragsregels en een goede handhaving daarvan
In scholen met zon diversiteitsbeleid had het personeel minder last van burn-out, voelde zich gezonder en was de hele beleving van welzijn beter.