Toespraak van Minister Van der Hoeven 17 januari 2003

 
toespraak van (demissionair) minister van oc&w van der hoeven bij het lustrum van stichting yoesuf, 17 januari 2003

integratie moslims: waarden en normen uitdaging voor onderwijs 

Ik lees u een passage uit een brief van een leraar. "Ik ben zomaar een leraar, lesgeven is mijn passie. Enkele jaren geleden werd ik verbaal aangevallen door jongeren van school. Reden: mijn geaardheid. Er volgden ontelbare pesterijen. De schoolleiding en collega's steunden mij niet. 'Sta erboven en recht je rug was het advies'. Het liep totaal uit de hand. Het getreiter verergerde, mijn auto werd meerdere malen vernield en ik werd zelfs fysiek bedreigd. Ik zit nu thuis, afgedankt! Waarom? Ik ben homo!"

Nog een ander citaat. "Ik geef lessen NT2 aan volwassen allochtone vrouwen. Iedere dag moet ik in de klas noodgedwongen in de kast, anders overleef ik niet." Wat deze mensen beschrijven kunnen we niet afdoen met de opmerking dat het maar om incidenten gaat. Deze dingen gebeuren voortdurend. Geweld op school valt nooit te tolereren. En dat geldt ook voor het ernstig psychisch geweld waar deze docenten het slachtoffer van zijn geworden. Laten we dus vooral niet de andere kant opkijken.

Volgens onderzoek van het COC in samenwerking met Expreszo en Empowerment voelen jonge homo's zich zes maal zo onveilig op school als de gemiddelde tiener. Ook durven zij minder gemakkelijk voor hun mening uit te komen en voelen zij zich minder vrij op school.

Intolerantie, vaak aangewakkerd door culturele verschillen, neemt de laatste jaren sterk toe. Veel leraren zwijgen over hun homoseksualiteit uit angst voor reacties van groepen leerlingen en van de eigen collega's. En ook homoseksuele leerlingen houden hun geaardheid verborgen, uit angst voor pesterijen en geweld. Schooldirecties en besturen reageren niet altijd adequaat op de pesterijen die leerlingen en leraren moeten verduren. Ze vinden het vaak moeilijk om met deze problematiek om te gaan. En dat leidt tot onwerkbare situaties en persoonlijke drama's. De vraag die daarbij speelt is: wat is eigenlijk de verantwoordelijkheid van scholen, ouders en leerlingen? Wat mogen we van hen verwachten als we van een school een veilige school willen maken voor leerlingen en onderwijspersoneel?

aangifte doen

In de eerste plaats - en laat ik daar heel duidelijk in zijn: discriminatie en psychisch geweld zijn verboden. Als hier de wet wordt overtreden - bijvoorbeeld omdat een leerling of een docent openlijk wordt gediscrimineerd op grond van zijn of haar geaardheid - dan heb je de verantwoordelijkheid om daarvan melding of aangifte te doen. Bij de decaan bijvoorbeeld, bij de officier van justitie of de Onderwijsinspectie, afhankelijk van de situatie. Het is ontoelaatbaar om deze voorvallen in de doofpot te stoppen uit angst voor een slechte naam van de school. Een school die open kaart speelt zal uiteindelijk op meer respect kunnen rekenen bij zowel ouders, leraren als leerlingen, dan een school die zoveel mogelijk verzwijgt. In dat laatste geval immers weet je nooit zeker of jouw kind iets overkomt wat men maar liever niet aan de grote klok hangt. In de nieuwe Wet op het Onderwijstoezicht is vastgelegd dat de inspecteur bij zijn bezoeken aan een school nu expliciet naar het voorkomen van ernstig psychisch geweld vraagt. De gelegenheid wordt dus geboden om als school de verantwoordelijkheid te nemen om psychisch geweld te melden bij de inspectie. Scholen: neem die ook!! Dit heeft hopelijk ook tot gevolg dat homoseksuele leerlingen en leraren daartegen beter worden beschermd.

oudercontracten

In de tweede plaats moeten onderwijspersoneel, ouders en leerlingen gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen om van hun school een veilige school te maken met een goed pedagogisch klimaat. Een school moet een veilige omgeving zijn voor al haar bewoners. Juist in hun puberteit zijn leerlingen heel kwetsbaar en ook beïnvloedbaar. Ze moeten het bijvoorbeeld onderling eens zijn over de regels die gelden op de school. Dat kan, zoals ik al eens heb geopperd, ook heel goed in de vorm van oudercontracten. In een oudercontract kunnen de school en de ouders de gedragsregels van de school vastleggen, en afspraken maken over de sancties, als een kind vaak over de schreef gaat en de ouders het laten afweten. Het spreekt vanzelf dat scholen, ouders en leerlingen ook afspraken kunnen maken over manieren om pesten en discrimineren tegen te gaan. Deze afspraken worden op een aantal scholen al gemaakt in een zogenaamd "Pestprotocol". Leerlingen en docenten maken met zijn allen afspraken over hoe zich te gedragen en beide partijen ondertekenen het protocol. Zij stellen hiermee hun eigen waarden en normen vast.

fatsoen moet je doen

In de derde plaats moeten leraren en leerlingen, onderling en met elkaar, respectvol samenwerken. Leerlingen en leerkrachten van ieder geloof en geaardheid moeten begrip voor elkaar opbrengen. Dat kun je niet in regels of afspraken vastleggen. Het gaat om een gedeeld besef van waarden en normen in de Nederlandse samenleving. Als we prettig met elkaar willen samenleven, moeten we ook voelen dat we bij elkaar horen, dat we iets gemeen hebben, dat we samen ergens voor staan. Een veilig schoolklimaat dwing je niet af, maar dat maak je samen. Scholen, leerkrachten, ouders en de overheid moeten met elkáár duidelijk maken dat psychisch en fysiek geweld op school onder alle omstandigheden ontoelaatbaar zijn. Fatsoen moet je doen. Ook op school. Elke dag.

stichting Yoesuf

Het vraagt niet alleen moed en doorzettingsvermogen om deze verantwoordelijkheden te nemen. Als docent moet je ook weten hoe je een vervelende of bedreigende situatie het hoofd kunt bieden. Hoe raak je in gesprek met Marokkaanse leerlingen die een collega het leven zuur maken omdat hij homoseksueel is? Hoe ga je om met dubbelzinnige opmerkingen aan het adres van een homoseksuele leerling?

En daar komt de Stichting Yoesuf in beeld.

Yoesuf benadert ingewikkelde vraagstukken zoals religie en homoseksualiteit op een manier die voor moslims herkenbaar is en daardoor makkelijker te aanvaarden. Veel islamitische culturen zijn in onze ogen "machoculturen". Homoseksualiteit wordt daarin genegeerd of afgestraft. Daarom moeten homoseksuele islamitische jongeren niet alleen accepteren dat ze homoseksueel zijn - wat vaak al een zwaar proces is. Ze moeten ook de barrière nemen die hun cultuur opwerpt. En daarbij hebben ze de professionele steun van hun docenten heel hard nodig.

Het beleid van het ministerie van OCenW is er op gericht om samen met scholen (van onderop) te proberen een veilig klimaat te creëren. Hiertoe is gestart met een groot pilot-project in scholen. Bij dit project zijn meerdere homo-belangenverenigingen onder leiding van het COC in samenwerking met het APS betrokken. Het project train de trainer van Stichting Yoesuf maakt tevens deel uit van dit grote pilot-project. In goed overleg met het COC heeft Stichting Yoesuf het project "Train de trainer" opgezet. Daarin leren docenten en docenten in opleiding uit het voortgezet onderwijs en uit het mbo hoe ze het thema aan de orde kunnen stellen in groepen waar extra weerstand tegen het thema bestaat.

Stichting Yoesuf pakt het grondig aan: ze test de training in een aantal pilots, zodat de ervaringen gebruikt kunnen worden om de training verder te verbeteren.

Het project van Stichting Yoesuf is een concreet voorbeeld van de manier waarop mensen hun verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de oplossing van een maatschappelijk probleem. De stichting draagt met haar project actief bij aan de integratie van moslims in de samenleving.

De stichting werkt vanuit een duidelijke visie. Die zien we ook terug in het thema van de conferentie: "Een islamitisch gericht emancipatiebeleid bevordert de integratie van en met moslims in de samenleving". Ik ben het volledig eens met de stelling, zolang de waarden en normen van onze samenleving het richtsnoer zijn bij de emancipatie en integratie van moslims in de samenleving. Om een ander voorbeeld te geven: als je wilt werken in Nederland, dan kun je het gelaat niet bedekken met de gezichtssluier, de chador of de niqaab. We vinden het namelijk heel belangrijk dat we elkaar kunnen aankijken. Zo werkt dat in de Nederlandse samenleving. Hetzelfde geldt voor het spreken van Nederlands. Dat is nou eenmaal onze voertaal. Zo zijn onze manieren, en die leer je voor een deel op school.

Als het gaat om thema's als seksualiteit of homoseksualiteit moet respect voor de ander uiteindelijk het doel zijn waar we naar streven. Dat is de norm.