Brief over homo-emancipatie van het Ministerie OC&W aan scholen (2001)

Aan de bevoegde gezagsorganen

en directies van PO, VO en BVE

Ons kenmerk: DSOI/DIR/2001/43942

Contactpersoon: J.L.M. van Beveren

 

Zoetermeer, 19 november 2001

Onderwerp: veiligheid op school
 

Op 2 juli jongstleden werd de nota "Paars over roze" van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het homo-emancipatiebeleid behandeld in de Tweede Kamer. Van de zijde van de Tweede Kamer werd nadrukkelijk gewezen op problemen in het onderwijs. Dit op basis van verschillende analyses uit onderzoeksrapporten.

De analyses besteden aandacht aan:

Bij de bespreking in de Tweede Kamer werd het verband gelegd met artikel 1 van de Grondwet en het op 1 mei 1999 in werking getreden artikel 13 van het verdrag tot oprichting van de Europese gemeenschap naar aanleiding van het Verdrag van Amsterdam (zie bijlage 1). Op grond van deze artikelen is discriminatie niet alleen vanwege geslacht, ras, godsdienst, leeftijd en handicap, maar ook vanwege seksuele geaardheid niet toegestaan. Nederland achter het - mede met het oog op de mogelijke toekomstige uitbreiding van de Europese unie - van groot belang dat ook op die EU-niveau gelijke behandelingsnormen tot stand komen, omdat gelijke behandeling een fundamentele waarde betreft die door alle lidstaten en burgers gerespecteerd dient te worden. Dat geldt uiteraard ook voor Nederlandse scholen.

Van de zijde van de Tweede Kamer werd in relatie daarmee aangedrongen op maatregelen in het onderwijs om het homo-emancipatiebeleid beter te situeren. Dit om acceptatie en tolerantie van seksuele verscheidenheid als normaal maatschappelijk verschijnsel ook binnen de scholen een gewone plek te geven.

Hierbij werd aandacht gevraagd voor het feit dat binnen verschillende culturen verschillend gedacht wordt over homoseksualiteit. De diverse reacties op de gebeurtenissen in de Verenigde Staten maken meer dan voorheen expliciet duidelijk dat het belangrijk is om vanuit de verschillende culturen met elkaar in dialoog te blijven. Binnen deze dialoog kunnen vele onderwerpen aan de orde komen waaronder opvattingen over seksuele verscheidenheid.

Uiteraard zal dan voorzien moeten worden in een aantal leer- en hulpmiddelen ter ondersteuning van het schoolbeleid.

Al deze activiteiten bieden een mogelijke basis voor een veilig en leefbaar schoolklimaat voor iedereen, ongeacht geslacht en seksuele geaardheid.

Met de Tweede Kamer is afgesproken dat u deze brief van ons krijgt toegezonden. Wij vragen u binnen uw school of scholen bekendheid te geven aan deze brief en de informatie uit de bijgevoegde documenten. Scholen die reeds aandacht besteden aan homoseksualiteit kunnen deze brief beschouwen als een signaal dat voortdurende aandacht gewenst is.

 

Met vriendelijke groet,
 

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

(drs. L.M.L.H.A. Hermans)

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

(drs. K.Y.I.J. Adelmund)

 

Bijlage

Art. 1 van de grondwet: Discriminatieverbod

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.

Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Art. 13 van het verdrag tot oprichting van de Europese gemeenschap (ex artikel 6 A)

Onverminderd de andere bepalingen van dit Verdrag, kan de Raad, binnen de grenzen van de door dit Verdrag aan de Gemeenschap verleende bevoegdheden, met eenparigheid van stemmen, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, passende maatregelen nemen om discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid te bestrijden.

[Zie ook het artikel over deze brief in Feit&Vooroordeel]