Homospecifieke aandacht in het inspectierapport 2003

In het inspectierapport over het jaar 2003 besteedt de Rijksinspectie van het Onderwijs geïntegreerd aandacht aan homoseksualiteit. De passages over homoseksualiteit zijn niet als apart hoofdstuk toegevoegd, maar als passages binnen de algemene paragrafen. Het gaat om relatief veel aandacht. Dat komt omdat de inspectie in 2002 heeft besloten om in haar inspecties specifieke aandacht te gaan besteden aan de kwaliteit van sociale veiligheid in de scholen en de plaats van homoseksualiteit daarbinnen. De vragen die inspectie aan de scholen stelt, zijn van tevoren aan scholen toegestuurd in de vorm van een brochure onder de titel "Iedereen is anders".

In dit factsheet geven we een samenvatting en citeren we de homospecifieke passages uit het rapport. De passages achter “homospecifiek” met een paginaverwijzing zijn citaten.

hoofdstuk 2: De leerling centraal

basisonderwijs

Algemeen: Vrijwel alle basisscholen hebben te maken meer incidenten die het gevoel van veiligheid kunnen aantasten. Het gaat vooral om pesten en uitschelden, maar op de helft van de scholen en een groter percentage in de grote steden gaat het ook om diefstal, beschadiging van eigendommen en fysiek geweld. Op 6% van de basisscholen is dit een structureel probleem.

Homospecifiek (pagina 16): Volgens opgave van de schoolleiding hebben zich of twee van de onderzochte 268 scholen in schooljaar 2002/2003 incidenten voorgedaan rond homoseksuele personeelsleden; het aantal incidenten dat deze scholen melden is uiterst klein, namelijk vier. Daarom ontbreekt misschien op vrijwel alle scholen expliciet beleid voor de wijze waarop personeelsleden met homoseksualiteit moeten omgaan.

vmbo

Algemeen: Vrijwel alle VMBO-scholen worden geconfronteerd met incidenten tussen leerlingen. Meestal gaat om uitschelden, pesten, vormen van chantage, beledigingen, bedreigingen en beschadiging of diefstal van eigendommen. Op het HAVO/VWO ligt het percentage beduidend lager.

Homospecifiek (pagina 17): Op 4% van de VMBO-scholen hebben zich een of meer incidenten rond homoseksuele leerlingen of personeelsleden voorgedaan. Op 11% van de scholen is niet bekend of er zich dergelijke incidenten hebben voorgedaan, op de overige (85%) waren er geen incidenten. Op vrijwel alle scholen ontbreekt specifiek beleid op het gebied van homoseksualiteit. Evenals voor het VMBO geldt ook voor de HAVO/VWO scholen dat er 4% van de scholen incidenten rond homoseksuele leerlingen en/of personeelsleden waren. Op 16% is niet bekend of er zulke incidenten zijn geweest en op 80% waren die er ook niet. Ook op de HAVO/VWO scholen ontbreekt meestal beleid op dit gebied.

Seksueel misbruik: In de periode 1 augustus 2002 tot 1 augustus 2003 ontvingen vertrouwd inspecteurs in totaal 219 klachtmeldingen. Daarvan hadden er 149 betrekking op seksuele intimidatie; de overige 60 betroffen seksueel misbruik. De 60 klachten over seksueel misbruik betroffen vrijwel uitsluitend mannen en de helft van hen waren personeelslid van de onderwijsinstelling. Driekwart van de klagers zijn meisjes, een kwart jongens. De helft is jonger dan 12 jaar. Van de 149 klachten over seksuele intimidatie had ruim de helft betrekking op ongewenste of hinderlijke aanrakingen. Zo'n 40% betroffen onder seksueel getint verbaal of non-verbaal gedrag. Tweederde van de klagers zijn meisjes en vrouwen, eenderde jongens en mannen.

homospecifiek (pagina 17): Veiligheid voor homoseksuele personeelsleden in het primair onderwijs.

Bijzondere aandacht verdient de veiligheid van homoseksuele personeelsleden op basisscholen. Het is inmiddels bekend dat de homoseksuele geaardheid tot ongewenste reacties bij collega's en ouders kan leiden, zoals beledigend, discriminerend en soms zelfs agressief gedrag. De inspectie heeft een representatieve steekproef van 268 basisscholen onderzoek uitgevoerd naar de mate van veiligheid voor homoseksuele personeelsleden. Het aantal incidenten dat de scholen over het schooljaar 2002/2003 melden is uiterst klein: 4.

Expliciet beleid voor de wijze waarop personeelsleden met homoseksualiteit moeten omgaan, is er op vrijwel geen school. Uit het betrekkelijk groot aantal scholen dat geen reacties op vragen over dit onderwerp geeft, valt op te maken dat homoseksualiteit op de meeste basisscholen niet of nauwelijks beleidsmatige aandacht van de schoolleiding krijgt. Volgens opgave van de schoolleidingen hebben zich op twee van de 268 scholen in het schooljaar 2002/2003 incidenten voorgedaan rond homoseksuele personeelsleden. Op twee scholen is er sprake van één incident respectievelijk 3 incidenten; het gaat om verbale incidenten gericht op homoseksuele personeelsleden door ouders van leerlingen. Deze gebeurtenissen hebben niet geleid tot ziekteverzuim op vertrek van school door de betreffende homoseksuele personeelsleden. De schoolleiding van één school meldt dat kinderen om hun homoseksuele ouders worden gepest, 79% verklaard dat dit niet gebeurt of niet van toepassing is op een school, bij 21% is niet bekend of het gebeurt. De school met de specifieke problemen geeft aan gedragsregels en een pestprotocol te hebben; tevens gebruikt zij de methode 'Leefstijl' om onder andere deze pestproblemen het hoofd te bieden. Op vrijwel alle scholen ontbreekt beleid op het gebied van homoseksualiteit. Wij doelen op afspraken over het voorkomen van discriminatie van homoseksuele personeelsleden, het optreden in geval van discriminatie en het omgaan met homoseksuele ouders van leerlingen. Voor zover scholen beleid op dit terrein voeren, betreft het de werving en selectie van personeel; 12% van de scholen heeft vastgelegd hoe bij wervings- en selectieprocessen wordt omgegaan met homoseksualiteit.

Er zijn maar weinig afspraken op scholen die specifiek discriminatie van homoseksuelen betreffen. Het meest voor de hand ligt het verbieden van scheldwoorden. Op 9 van de 10 scholen is dit expliciet verboden. Verder geldt op tweederde van de scholen de afspraak dat personeelsleden openlijk voor homoseksualiteit kunnen uitkomen en op iets minder scholen dat homoseksuele personeelsleden hun partners kunnen meenemen naar schoolfeesten. Uit reacties van schoolleiders op ons onderzoek blijkt dat velen van hen moeite hadden er het beantwoorden van deze vragen; op de meeste vragen had 20 tot 30% van hen geen antwoord. Wij maken hieruit op dat het omgaan met het verschijnsel homoseksualiteit op scholen voor schoolleidingen problematisch is. Dit blijkt het duidelijkst uit de reacties op de vraag of de schoolleiding consequent optreedt tegen degenen die homoseksuele personeelsleden discrimineren. Bijna de helft gaf hierop geen antwoord, 38% beantwoorden deze vraag bevestigend en 16% ontkennend.

Op 43% van de scholen komen de leerlingen in het lesprogramma iets te weten over homoseksualiteit. Op 23% gebeurt dit niet en bij de overige scholen is het niet bekend.

De scholen die zeggen dat ze homoseksualiteit in het lesprogramma aan bod laten komen, hebben bijna steeds (87%) een leerlingenbevolking die voornamelijk uit autochtone, niet-achterstand kinderen bestaat. Als homoseksualiteit wordt besproken, gebeurt dit meestal bij biologie, wereldoriëntatie of godsdienst/geestelijke stromingen. Aparte projecten, gastlessen of het gebruik van materialen van externe deskundigen komen veel minder vaak voor. De meeste schoolleiders (58%) laten het aan de leraren over of homoseksualiteit in de les inderdaad wordt behandeld. Wij trekken hieruit de conclusie dat op de meeste scholen de garantie ontbreekt voor een adequate behandeling van homoseksualiteit.

Algemeen: veiligheid in het VMBO. Over het algemeen beoordeelde de inspectie de veiligheid in het hele voortgezet onderwijs inclusief het VMBO positief. Ook de meeste ouders (90%) toonden zich tevreden over de aandacht op school voor het veiligheidsgevoel van hun kind. Wanneer leerlingen zich meer algemene zin uitspreken over de veiligheid op school, zeggen ze zich op een school veilig te voelen. Maar als het onderzoek specifieker wordt, blijken reacties genuanceerder te zijn. Zo blijkt uit de "monitoring veiligheid scholen voortgezet onderwijs" in 2002/2003 dat een kwart van de leerlingen stelt regelmatig te worden gepest of uitgescholden. Voor 19% wordt op scholen regelmatig gestolen. Van de leerlingen uit het eerste leerjaar geeft 14% aan dat sommige leerlingen worden bedreigd, in het derde leerjaar is dit percentage bijna verdubbeld. In het eerste leerjaar ondervindt een kwart van de leerlingen agressie door klasgenoten, in het vierde leerjaar is dat al 39%. De cijfers verschillen overigens sterk per school. Ook personeelsleden ervaren het schoolklimaat niet altijd als veilig. In het jaar 2000 werd ruim de helft van de leraren geconfronteerd met agressieve ouders, collega's of leerlingen. Op het VMBO gebeurt dit bijna twee keer zoveel als op het HAVO/VWO. De leraren in het VMBO worden bovendien het meest fysieke bedreigd door leerlingen: een op de vijf leraren is dat overkomen.

homospecifiek (pagina 30): veiligheid voor homoseksuele personeelsleden en leerlingen in vmbo-scholen.

Hierboven kwam de veiligheid van homoseksuele leerlingen en personeelsleden in het basisonderwijs ter sprake. Ook op VMBO-scholen deed de inspectie onderzoek: op 85 VMBO-scholen of -afdelingen, waarvan 24 in de vier grote steden.

Hoewel de meeste scholen in hun lesprogramma aandacht aan homoseksualiteit besteden, kennen zij vrijwel geen expliciet beleid voor de wijze waarop zij met homoseksualiteit op hun school omgaan. Op drie scholen (4%) hebben zich incidenten rond homoseksuele leerlingen of personeelsleden voorgedaan; het ging tweemaal om twee en eenmaal om 3 incidenten. Op 10 scholen is niet bekend of er zich dergelijke incidenten hebben voorgedaan, op de overige (85%) waren er geen incidenten. Op een van de drie scholen was er sprake van het uitschelden of pesten van homoseksuele leerlingen; op alle drie werden homoseksuele leraren uitgescholden door leerlingen. Op een school werden bovendien eigendommen van een homoseksuele leraar door leerlingen beschadigd of gestolen. Dit had ziekteverzuim van de betreffende leraar tot gevolg. Geen enkele school meldt problemen rond homoseksualiteit die veroorzaakt werden door ouders van leerlingen.

Hoewel de meeste scholen in hun lesprogramma aandacht aan homoseksualiteit besteden, ontbreekt op vrijwel alle scholen specifiek beleid op dit gebied. Als dat wel het geval is, gaat het over de wijze waarop discriminatie van homoseksuele leerlingen en personeelsleden voorkomen kan worden (op 12% van de scholen), de wijze waarop bij discriminatie opgetreden moet worden (6%) en hoe bij wervings- en selectieprocessen wordt omgegaan met homoseksualiteit (6%).

Bijna 80% van de scholen geeft aan dat zij de veiligheid van homoseksuele leerlingen en leraren voldoende kunnen waarborgen; op 8% is de schoolleiding van oordeel dat dit nog niet het geval is. De overige scholen (13%) kunnen hierover geen uitspraak doen.

De meerderheid van de VMBO-scholen zegt dat scheldwoorden als 'homo' verboden zijn (op ruim 10% is overigens niet het geval), dat men openlijk homoseksueel kan zijn hun partners mee kan nemen naar schoolfeesten en dat de schoolleiding consequent optreedt bij homodiscriminatie. Op ongeveer de helft van de scholen is een op dit gebied deskundige vertrouwenspersoon benoemd. Op tweederde van de scholen is bekend welke personeelsleden homoseksueel zijn en krijgen slachtoffers van homodiscriminatie ook hulp op de lange termijn. Een gedragscode met daarin regels over homodiscriminatie komt voor op bijna een van de vijf scholen. Bijna nergens bespreken de leraren in alle klassen welke regels de school hanteert ten aanzien van uitingen van homodiscriminatie. Ook voor bijna nergens nagegaan of homoseksuele leraren en leerlingen zich veilig voelen op school.

Op zes van de 10 VMBO-scholen komt homoseksualiteit in het lesprogramma aan de orde, meestal bij de vakken biologie en maatschappijleer.

Algemeen: Veiligheid op HAVO/VWO-scholen. Het aantal incidenten dat scholen voor HAVO-scholen melden is groter dan op het VWO. Uitschelden, pesten, chantage, beledigingen en bedreigingen tussen leerlingen onderling komen het meest voor: tenminste eenmaal per maand op 15% van de HAVO-afdelingen en op 12% van de VWO-afdelingen. De meest genomen maatregelen zijn het leerlingen naar de mentoren sturen voor een gesprek, structureel samenwerken met politie en jeugdzorg, de ouders oproepen voor een gesprek en onmiddellijke hulp aan slachtoffers van incidenten en nazorg op langere termijn.

homospecifiek (pagina 32): veiligheid voor homoseksuele personeelsleden en leerlingen in havo/vwo-scholen.

Het inspectieonderzoek naar de veiligheid van homoseksuele leerlingen en personeelsleden vond ook op 82 scholen in het HAVO/VWO plaats. Hiervan liggen 20 scholen in de vier grote steden. Drie scholen (4%) geven aan dat zich een of meer incidenten hebben voorgedaan. Op 16% van de scholen is niet bekend of er incidenten zijn geweest. Op de overige scholen (80%) hebben zich voor zover bekend geen incidenten voorgedaan. Twee scholen melden dat leerlingen een homoseksuele leraar hebben uitgescholden. Op de andere school is een homoseksuele leerling zodanig gepest dat het leidde tot ziekteverzuim.

Evenals op het VMBO ontbreekt op de meeste HAVO/VWO-scholen specifiek beleid op het gebied van homoseksualiteit. Enkele scholen hebben vastgelegd hoe opgetreden moet worden bij discriminatie van homoseksuele leerlingen en personeelsleden (13%), hoe discriminatie van homoseksuele leerlingen en personeelsleden voorkomen kan worden (10%) en/of hoe bij de wervings- en selectieprocessen omgegaan wordt met homoseksualiteit. Een op de vier scholen beschikt over een gedragscode waarin ook regels over homodiscriminatie zijn opgenomen. Een op de 10 scholen kent en vertrouwenspersoon die geschoold is in signalering en opvang bij problemen van discriminatie van homoseksuelen. Vrijwel geen enkele school gaat echter (eenmaal per jaar) na of de homoseksuele leerlingen en personeelsleden zich veilig voelen of laat in alle klassen aan het begin van het schooljaar bespreken welke regels de school hanteert ten aanzien van uitingen van homodiscriminatie.

Op de meeste scholen heerst een open klimaat voor homoseksuele personeelsleden: op 82% kunnen personeelsleden openlijk voor hun homoseksualiteit uitkomen, op 78% kunnen zij hun partners meenemen naar schoolfeesten en op 72% treedt de schoolleiding consequent op tegen degenen die homoseksuelen op school discrimineren. De meerderheid van de scholen (87%) geeft te kennen dat zij de veiligheid van homoseksuele leerlingen en personeelsleden kunnen waarborgen.

Op 7 van de 10 HAVO/VWO-scholen komt homoseksualiteit in het lesprogramma aan de orde, meestal bij de vakken maatschappijleer en biologie.

seksuele intimidatie en seksueel misbruik

De inspectie kent sinds het midden van de jaren 80 vertrouwensinspecteurs die zich tot voor kort uitsluitend bezighielden met klachtmeldingen over seksuele intimidatie en seksueel misbruik. Onlangs is hun taak echter uitgebreid met het fungeren als aanspreekpunt voor klachtmeldingen over psychisch en fysiek geweld. Bij deze inspecteurs kunnen nu ook klachten over fysiek geweld worden gemeld als dat er sprake is van redelijk vermoeden van een strafbaar feit dat voor tot vervolging kan leiden. Bij psychisch geweld dient het gaan om langdurige, grove pesterijen die de onderwijsloopbaan van leerlingen ernstig schaden of dreigen te schaden. Omdat deze duidelijkheid over de taakuitbreiding van de inspecteurs er in de verslagperiode nog niet was, is vanuit de inspectie nauwelijks ruchtbaarheid gegeven aan de beschikbaarheid van de inspecteurs van andere klachtmeldingen dan seksuele intimidatie en geweld. Hoogstwaarschijnlijk mede als gevolg hiervan is het aantal klachtmeldingen over psychisch en fysiek geweld in het schooljaar 2002/2003 beperkt gebleven.

algemene nabeschouwing

Het ervaren van een gevoel van veiligheid op scholen voor voortgezet onderwijs is sterk afhankelijk van omgevingsfactoren en incidentele gebeurtenissen. Voor leerlingen is de samenstelling van een klas een belangrijke factor. Door slechte verhoudingen (ruzie, bedreigingen, geweld) voor leerlingen zich onveilig. Wij constateren dat het gemiddeld om 10 tot 20% van de leerlingen gaat die zich op hun school niet prettig voelen. Door een incident kan plotseling het gevoel van onveiligheid (tijdelijk) toenemen. Ook het werkklimaat voor de leraren en het onderwijsondersteunend personeel wordt negatief beïnvloed door incidenten. Slechts 1 op de 7 VMBO-scholen meldt geen incidenten tussen leerlingen en personeelsleden en meer dan de helft zegt (wel eens) te maken te hebben met incidenten tussen ouders en personeelsleden.

De inspectie constateert dat scholen die vaker met incidenten worden geconfronteerd, ook meer maatregelen daartegen nemen. Toch is 1 op de 4 VMBO-scholen (en 1 op de 6 HAVO/VWO-scholen) in de vier grote steden van mening dat de veiligheid op hun school om voldoende gewaarborgd is. Daarmee wordt vooral bedoeld dat de school geen garanties kan bieden om incidenten te voorkomen. De maatschappelijke context waarbinnen deze scholen moeten opereren, is in hoge mate bepalend voor deze situatie. Daarom maakt het bevorderen van de veiligheid op scholen deel uit van het algemene achterstandenbeleid in de grote steden. De maatregelen in dit kader kunnen pas effect sorteren als zij deel uitmaken van een duidelijk en geaccepteerd plan. Ze dienen voorts door alle betrokkenen binnen de school alsmede door de samenwerkende instanties in de schoolomgeving altijd en consequent te worden uitgevoerd. In dit opzicht geldt ook hier: de ketting is net zo zwak als de zwakste schakel.

Om deze ontwikkeling positief te beïnvloeden heeft de inspectie van het onderwijs tesamen met inspecties van de jeugdhulpverlening, gezondheidszorg en openbare orde en veiligheid een project gestart waarin de ontbrekende onderdelen in de toezichtsketen aan het licht moeten komen.

[Dit factsheet werd samengesteld door Peter Dankmeijer, Empowerment Lifestyle Services, 28 augustus 2004]