Geen suggesties voor onderwijsbeleid in raadpleging homobeleid

12 april 2005 – Het Ministerie van VWS organiseerde in het begin van dit jaar een "raadpleging" van het veld over het te voeren landelijke homobeleid in de komende jaren. Uit de gesprekken kwam naar voren dat vrijwel alle organisaties wezen op het belang van activiteiten in het onderwijs, maar niemand had beleidsmatige suggesties over hoe het rijk dit zou kunnen aanpakken. Deze week kwam Empowerment Lifestyle Services wel met een brief met zulke aanbevelingen.

meer geld voor homovijandigheid in de multiculturele samenleving

Tijdens de evaluatie van het landelijke homo-emancipatiebeleid in 2004 nam de Tweede Kamer drie amendementen aan om het voorgestelde beperkte budget te vergroten. De amendementen zijn bedoeld om:

Het geld dat via nu vrij komt, wordt ingezet voor gespecialiseerde hulpverlening. Deze hulpverlening sluit bij voorkeur aan bij bestaande projecten of dient als verlenging van Dialoogprojecten. Daarnaast moet worden gedacht aan trainingen voor docenten en leidinggevenden in het aanpakken van homovijandigheid op school en het implementeren van de aanpak van homovijandigheid op school, die de afgelopen jaren in proefprojecten is o­ntwikkeld.

de raadpleging

In het verleden was het vooral de homo- en lesbische beweging die zelf projecten rond homo-emancipatie uitvoerde. Dat heeft als nadeel dat er relatief weinig gebruik werd gemaakt van bestaande organisaties die reguliere taken hebben op het gebied van welzijn en o­nderwijs. Met de raadpleging wilde VWS inventariseren wat de inzet kan zijn van de landelijke kenniscentra-infrastructuur om het homo-emancipatiebeleid verder te brengen en te stimuleren.

De raadpleging bestond uit drie gesprekken: met gemeenten, met maatschappelijke organisaties en met landelijke kenniscentra. Op 16 februari volgde ook een extra raadpleging met veldorganisaties, waarin oplossingsrichtingen en maatregelen werden besproken. Op basis van deze gesprekken komt de regering met een beleidsnota met een de uitwerking van de voornemens.

gemeenten: o­nbespreekbaarheid, multicultureel en weinig medewerking directies

Zoals gewoonlijk lieten gemeenten het grotendeels afweten in de raadpleging. Van de uitgenodigde 34 gemeenten kwamen er slechts 8 op de bijeenkomst. Een opvallende afzegging kwam van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), die liet weten geen prioriteit te geven aan het homo-emancipatiebeleid.

De wel aanwezige gemeenten noemden een negental knelpunten:

  1. Jongeren kunnen moeilijk hun homoseksualiteit bespreken. Het taboe om op school voor je homoseksualiteit uit te komen, lijkt groter dan voorheen.
  2. Spanningen tussen homo’s en moslims.
  3. Pesterijen op scholen. Uit een onderzoek onder jongeren in Rotterdam bleek dat het hebben van homoseksuele vrienden door voornamelijk Marokkaanse en Surinaamse jongens wordt afgewezen.
  4. Homoseksuele leraren worden regelmatig uitgescholden.
  5. Enerzijds een aantal meldingen bij het Anti Discriminatie Bureau, vooral door homoseksuele leerkrachten die zich (vanwege hun seksuele geaardheid) bedreigd voelen. De klachten betreffen vaak Marokkaanse jongeren.
  6. Anderzijds juist een gering aantal klachten bij Anti Discriminatie Bureaus door homoseksuelen; is er geen probleem of meldt men het niet?
  7. De onzichtbaarheid van homoseksuelen binnen de gemeente; doordat de gemeente geen vragen van de bevolking over homobeleid krijgt, maakt de gemeente ook geen beleid.
  8. De problematiek lijkt nog niet echt doorgedrongen te zijn tot de schoolbesturen. Veel scholen werken niet mee aan het zoeken naar oplossingen.
  9. De opheffing van voorlichtingsgroepen of het stoppen van subsidies voor voorlichting. In Haarlemmermeer is de werkgroep opgeheven "omdat het onderwerp homoseksualiteit op veel scholen geen issue meer was".

De gemeente Nijmegen noemde als mogelijke beleidsmatige oplossing het GGD project waarvoor zij opdracht heeft gegeven. Een uitgebreid verslag van de voortgang van dit project kan men in Feit & Vooroordeel 52 lezen.

Op scholen in Rotterdam loopt het "Roze op School Project". Het doel van dit project is het in de school brengen en verankeren van homo-emancipatiebeleid. Binnen dit project worden vmbo-scholen o­ndersteund bij het invoeren van aandacht voor wederzijdse tolerantie en het doorbreken van negatieve beeldvorming ten aanzien van homoseksualiteit bij scholieren. Een training aan docenten maakt deel uit van het aanbod. Het project is niet bij alle scholen binnengekomen, maar daar waar scholen niet deelnamen aan trainingen, is het o­nderwerp in sommige gevallen toch in de scholen geïntroduceerd.

Den Haag heeft het COC en het Anti Discriminatie Bureau de opdracht gegeven te starten met een 'Vrolijke School Project'. Er is veel behoefte te zijn aan een dialoog over homoseksualiteit. Het lijkt alsof de allochtone gemeenschap in Den Haag steeds meer deelneemt aan een proces van acceptatie. Zo werken er bijvoorbeeld imams en moskeeën mee. De belangrijkste les die de gemeente Den Haag heeft geleerd uit haar ervaringen met het homo-emancipatiebeleid, is dat het specificeren van het o­nderwerp vaak een probleem geeft. Dit terwijl homo-emancipatie goed bespreekbaar blijkt te zijn binnen algemenere o­nderwerpen, zoals veiligheid.

maatschappelijke organisaties: let ook op de positie van homotieners en transseksuelen

Op de bijeenkomst voor maatschappelijke organisaties gaven de homo- en lesbische organisaties acte de présence. Het Homojongerenplatform gaf aan drie knelpunten rond jongeren te signaleren.

  1. Homoseksualiteit is onzichtbaar op scholen. Er wordt niet structureel over het onderwerp gesproken. Homoseksualiteit komt alleen aan de orde als er een incident is, zoals geweld of pesten. Het zou ook in andere situaties aan de orde moeten zijn
  2. Jongeren onder de 16 jaar blijken steeds vaker vragen te hebben over homoseksualiteit. Het blijkt moeilijk deze groep te bereiken.
  3. Homojongerenorganisaties zouden meer ondersteuning moeten krijgen bij het vertegenwoordigen van de doelgroep. Er zou een Homojongeren Jeugdraad moeten worden ingesteld.

Ook Gay & Lesbian Switchboard merkte op dat zij een toenemend aantal vragen van jongeren (onder de 16 jaar) krijgt. Deze jongeren zijn moeilijk te helpen. Door de nieuwe zedelijkheidswetgeving zijn vrijwilligersorganisaties bang dat opvang of hulpverlening van homotieners door vrijwilligers kan leiden tot klachten en schade voor hun organisatie. Daardoor zijn zij bang om met deze groep te werken.

Volgens de docentenvakbond AOb moeten schoolbesturen discriminatie van homoseksuele leraren expliciet verbieden. Nu knijpen ze regelmatig een oogje dicht en doen te vaak alsof er geen probleem is. Ook pleit de AOb voor meer zichtbaarheid van transgenders.

kenniscentra: losse ideëen

Het Internationaal Homo/Lesbisch Informatiecentrum en Archief (IHLIA) is een bibliotheek, archief, informatie- en documentatiecentrum over homoseksualiteit en seksuele diversiteit en wil zich mede richten op het hoger onderwijs. Het IHLIA denkt vooral aan de lerarenopleidingen en Pabo’s.

De Schorerstichting richt zich op de gezondheid van homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen en transgenders. De Schorer ziet voor zichzelf een rol bij projecten die zich richten op opvoeding (gezin) en onderwijs, ook in de context van de multiculturele samenleving.

Volgens de Nationale Jeugdraad uit kritiek op de aanpak van de werkwijze van de onderwijsinspectie. Volgens de raad stelt de Inspectie de verkeerde vragen aan de verkeerde mensen. Zij stelt ook dat de onderwijsinspectie niet door durft te vragen over het onderwerp. Als alternatief stelt zij voor om vragen op te nemen in de Jeugdmonitor en om ouderraden te betrekken bij het aanspreken van het management op hun verantwoordelijkheden.

weinig oplossingssuggesties voor onderwijsbeleid

Op 16 februari kwamen 11 homo-organisaties en 4 ministeries bij elkaar om oplossingsrichtingen te bespreken. Empowerment Lifestyle Services was hier overigens niet bij uitgenodigd en het APS was niet aanwezig.

Volgens het COC moeten lopende projecten in scholen worden gestimuleerd en voortgezet. De federatie bepleit ook dat de overheid een ton ter beschikking stelt om met een vervolgpublicatie op het Expreszo magazine "Cool School" het debat te stimuleren. Daarnaast vindt het COC dat de minister moet vaststellen dat de scholen niet volledig autonoom zijn rond homobeleid.

De AOb sluit zich daarbij aan en pleit voor een "inzet op diversiteit'" Het moet niet over homoseksualiteit in het bijzonder gaan, maar over de implementatie van gelijke behandeling in het algemeen. Ook bij Pabo's moet men meer inzetten op diversiteit.

Het Homojongerenplatform wil dat organisaties in verband met de nieuwe zedelijkheidswetgeving richtlijnen opstellen over de omgang met minderjarigen. Verder wil het platform dat er lesstof wordt ontwikkeld binnen reguliere methoden. Om de toegankelijkheid van scholen te verbeteren, moet de voorlichting op scholen over homoseksualiteit meer worden o­ndersteund en zou er een vervolg moeten komen op de publicatie van de schooleditie van Expreszo.

Het Kenniscentrum Lesbisch en Homo-emancipatiebeleid stelde dat veel gemeenten positief staan tegenover het idee om voorlichting te stimuleren door gezamenlijk met voorlichtingsgroepen brieven aan scholen te sturen. Het COC reageerde echter kritisch op deze opmerking. Volgens het COC levert zo'n brief weinig op en blijft de betrokkenheid van de gemeente daarna gering. Volgens het COC moet schrik van scholen voor het stigma dat men een 'probleemschool' zou zijn eraf. Misschien moeten we homovriendelijke scholen een certificaat voor goed gedrag geven.

Stichting Yoesuf raadt aan om een pr-campagne te starten om deskundigheidsbevordering o­nder de aandacht te brengen. Daarbij wijst Yoesuf op haar eigen aanbod.

commentaar empowerment: teleurstelling

Empowerment Lifestyle Services gereageerd met de teleurstelling op het gebrek aan beleidssuggesties door de homo-organisaties. De meeste suggesties die gedaan zijn in de raadpleging komen op niet veel meer neer dan vragen om financiering van eigen projecten van de betrokken instellingen. Uit de reactie blijkt dat de homobeweging nog nauwelijks een samenhangende visie heeft op onderwijs, laat staan een beleidskader om gezamenlijk vanuit te werken.

Onlangs kwam Empowerment daarom met een eigen nagekomen reactie, die zij, naast aan de rijksoverheid, ook aan de betrokken organisaties in de raadpleging heeft verstuurd.