kenniscentrum seksuele diversiteit in het onderwijs
Op deze pagina vindt u recente landelijke beleidsontwikkelingen. Wilt u een volledig overzicht, raadpleeg dan het historisch overzicht
In november 2007 kwam de regering met een nieuwe homo-emancipatienota. Voor onderwijs worden er twee lijnen ingezet: enerzijds belangenbehartiging door en steun voor homo/lesbische jongeren (met rollen voor de Nationale Jeugdraad, het Homojongerenplatform en COC Nederland), anderzijds maatschappelijke allianties tussen gemeenten, scholen en lokale homobelangenorganisaties (met rollen voor Empowerment, de vakbonden en gemeenten).
(Laatst bijgewerkt: 29 december 2007)
Actuele documentatie:
Beleidsvisie homo/lesbische beweging
Overzicht onderwijsmaatregelen homo-emancipatienota 2007
Verder op deze pagina:
Wie zorgt voor welk beleid?
Rijksoverheid
Landelijke koepels
Educatieve uitgevers
Inspectie van het onderwijs
Rechtszaken
De rijksoverheid is verantwoordelijk voor de regie van het beleid rond homo-emancipatie. Homo-emancipatie ziet men vooral als welzijnsbeleid. In de ogen van de overheid zijn er daarvoor drie belangrijke partners: COC Nederland (als belangenbehartiger van de homo/lesbische beweging), MOVISIE (als landelijk kenniscentrum op het gebied van welzijn) en de gemeenten (die via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) de plicht hebben om het lokale welzijnsbeleid te organiseren.
Onderwijs is hierin een beetje vreemde eend in de bijt. Onveiligheid in scholen is weliswaar een welzijnsthema, maar niet goed aan te sturen via de Wmo. De aansturing van scholen loopt niet via gemeenten, maar via hun eigen besturen. De gemeenten kunnen scholen slechts stimuleren en ondersteunen en de rijksoverheid kan op haar beurt gemeenten ondersteunen.
Daarnaast van het Ministerie van Onderwijs via regelgeving, de besturenorganisaties en via proefprojecten randvoorwaarden aangeven en stimuleren dat er aandacht komt voor het thema homo-emancipatie. Op dit moment wordt daar alleen via project(financiering) vorm aan gegeven.
De landelijke besturenkoepels hebben bij de aanbieding van het onderzoeksrapport Beter voor de klas, beter voor de school (2003) aangegeven dat zij zich willen inspannen voor homo-emancipatie. Dat heeft daarna echter niet veel handen en voeten gekregen. In latere jaren ontstaat echter langzaam steeds meer draagvlak. De koepels weten echter niet goed hoe zij praktisch vorm kunnen geven aan homo-emancipatie.
De educatieve uitgevers zijn soms bevreesd dat informatie over homoseksualiteit in schoolboeken zal leiden tot minder afzet. Toch neemt deze vrees langzaam af. Uit een scan van alle beschikbare lesmaterialen door het NICL (2001) bleek dat in circa 50% van de schoolboeken homoseksualiteit nu voorkomt.
De inspectie van het onderwijs heeft in de afgelopen jaren meerdere keren onderzoek gedaan naar homodiscriminatie in het onderwijs. Zij meent dat de gemelde gevallen vaak een topje van de ijsberg zijn. In 2003 publiceerde de inspectie 'Iedereen is anders' met vragen aan schoolmanagers en eisen aan het beleid van de school. De implementatie van de controle per school rond homodiscriminatie kwam echter niet goed uit de verf. In de laatste jaren wordt de inspectie gedwongen zich minder intensief te bemoeien met scholen. Dit gaat ook ten koste van de aandacht voor homospecifieke intimidatie. Wel werkt men aan verbeterde vragenlijsten om de aandacht voor homobeleid per school beter te kunnen monitoren.
Er komen vrijwel geen zaken over homodiscriminatie in scholen voor reguliere rechters. De meest spraakmakende zaken worden behandeld door de Commissie Gelijke Behandeling.
In april 2007 zaak klaagde het Meldpunt Discriminatie Amsterdam een evangelische school aan omdat zij in haar schoolgids had vermeld dat homoseksuele docenten niet zouden worden aangenomen. De Commissie Gelijke Behandeling voordeelde dat dit niet mag, omdat een school specifieke criteria moet aangeven waaraan een docent moet voldoen en die per geval moet toetsen. Het enkele feit van homoseksualiteit is een verboden criterium.
In januari 2006 klaagde een docent natuurkunde zijn school aan omdat de school alle aandacht over homoseksualiteit naar hem verwees. Bij incidenten greep de school wel in. Maar de school weigerde om structureel iets te doen aan de homovijandige sfeer op school. De Commissie Gelijke Behandeling wees de klacht af, omdat de school juridisch gezien voldoet aan de eisen als ze incidenten aanpakt. Er is geen specifieke juridische plicht tot preventief homobeleid. De Commissie Gelijke Behandeling wijst de regering erop dat zon plicht misschien nodig is. Kamer hierover heeft de regering tot nu toe ontwijkend beantwoord. (Laatst bijgewerkt: 26 augustus 2007)
Lees meer:
Oordeel CGB: school moet per geval beoordelen of homodocent niet geschikt is
Oordeel CGB: homospecifiek beleid niet verplicht